Politieke discussie over IVF en fertiliteitsbehandelingen
From: Cecile (anonymous@obgyn.net)
Thu Nov 27 12:49:20 2003
Dit is hetgeen er gezegd is in de Tweede kamer (Bron:
http://www.tweede-kamer.nl/images/22_27667.doc).
Minister Hoogervorst: Ik loop daar echt niet op vooruit. Neemt u van
mij aan dat ik die evaluatie secuur zal laten uitvoeren. Ik kom op het
punt van IVF en de anticonceptiepil. De heer Buijs heeft gevraagd
waarom het kabinet niet wacht op de uitkomsten van het CVZ die met name
gericht zijn op de doelmatigheid van de IVF-behandeling. De maatregel
is genomen omdat het in dezen niet om medisch noodzakelijke zorg gaat en
ik van mening ben dat bij de behandeling van onvruchtbaarheid ook de
eigen verantwoordelijkheid een rol moet spelen. Ook op dit punt wordt
overigens het langdurige gebruik ontzien omdat de tweede en derde
behandeling wel vergoed worden. Hoewel dit een moeilijke maatregel is,
meen ik dat wij een goed evenwicht hebben gevonden tussen de eigen
verantwoordelijkheid en de publieke solidariteit.
Mevrouw Kant (SP): Ik moet mij nu een beetje inhouden. Wij hebben het
over onvruchtbare paren. Hoezo eigen verantwoordelijkheid? Waar haalt u
dat vandaan?
Minister Hoogervorst: Ik vind dat in het palet van geneeskundige
behandeling sprake moet zijn van een eigen verantwoordelijkheid. Het
gaat niet om een behandeling die direct medisch noodzakelijk is. Er is
geschreven dat ik deze behandeling als een luxebehandeling beschouw,
maar dat doe ik zeker niet. Ik weet wat achter de behandeling schuil
kan gaan. Tegelijkertijd heeft het groeiend gebruik van ivf iets te
maken met het steeds langer uitstellen van de eerste zwangerschap. Dat
geldt zeker niet voor iedereen, maar in het algemeen zit er wel iets van
eigen verantwoordelijkheid in. Ik meen dat ik door de tweede en derde
behandeling te blijven vergoeden – in veel landen gebeurt dat helemaal
niet – en de eerste voor eigen rekening te laten komen, een evenwichtig
compromis heb gevonden tussen eigen verantwoordelijkheid en publieke
solidariteit.
Mevrouw Kant (SP): Ik vind het nogal wat om mensen die om medische,
fysieke redenen onvruchtbaar zijn hun eigen verantwoordelijkheid te
laten nemen. Ik vind het ook nogal wat om het niet medisch noodzakelijk
te noemen als zij door een medische behandeling toch kinderen kunnen
krijgen. De minister spreekt nu weer over eigen verantwoordelijkheid
omdat mensen later kinderen krijgen. Maar slechts 20% van de vrouwen is
ouder dan 36 jaar. De meeste deskundigen geven aan dat dit effect amper
een rol speelt bij de toename van het aantal ivf-behandelingen. Dat wij
het kunnen leidt ertoe dat vrouwen die vroeger niet konden kiezen, dat
nu wel kunnen. Dat is een enorme vooruitgang voor de mensen om wie het
gaat. De eerste behandeling is duur. Normale mensen met lage inkomens
kunnen zo'n behandeling echt niet betalen. Hoe komt de minister er in
hemelsnaam bij om hen de kans te ontnemen?
Minister Hoogervorst: Ik ontneem geen kans. De tweede en derde
behandeling houd ik in het pakket. Nogmaals, daarmee hebben wij een
goed evenwicht tussen de eigen verantwoordelijkheid en de publieke
solidariteit. De laatste is nog steeds sterk aanwezig in de maatregel.
Mevrouw Kant (SP): De eerste behandeling is dan een financiële drempel
van omstreeks 2500 euro. De minister vindt dus dat mensen er zelf
overheen moeten. De eerste financiële horde bedraagt heel veel geld als
je een laag inkomen hebt.
Minister Hoogervorst: Ten eerste is het bedrag natuurlijk fiscaal
aftrekbaar volgens de buitengewone-lastenregeling. Ten tweede zitten
aan het hebben van een kind ook hoge kosten vast. Ik ontken niet dat
sprake is van een fors bedrag, maar zulke bedragen geef je ook uit als
je een kind moet opvoeden.
Mevrouw Smits (PvdA): De heer Rouvoet sprak zojuist zijn waardering uit
voor het feit dat u het er niet gemakkelijk mee heeft. Ik sluit mij bij
die woorden aan. Ik meen dat echt, want u geeft nu opnieuw toe dat het
voor paren die niet zomaar een kind kunnen krijgen, niet gemakkelijk is
dat u hen de maatregel oplegt. Dat betekent tegelijkertijd dat u in het
debat ruimte kunt laten voor praktische afwegingen. Als kostenbesparing
het doel is, dan vraag ik u om bij voorkeur de goedkoopste medicijnen te
laten voorschrijven die bij de behandeling horen. Waarom wacht u niet
de resultaten van het onderzoek van ZonMw naar de doelmatigheid van
vruchtbaarheidsbehandelingen af? Er bestaan nog besparingsmogelijkheden.
Kijkt u bijvoorbeeld eens naar het aantal embryo's dat wordt
teruggeplaatst en de kosten die daarop kunnen worden bespaard. Als u de
mogelijkheden benut, kunt u toch geld besparen, zonder dat u de eerste
behandeling uit het pakket haalt. Op die manier kun je er met elkaar
uitkomen.
Minister Hoogervorst: Mevrouw Smits doet nu een aantal suggesties. Ik
vind het jammer dat zij dat niet in eerste termijn heeft gedaan. Als
zij in tweede termijn een concrete suggestie doet, zal ik ernaar
luisteren.
De heer Nawijn (LPF): Ik begrijp dat de minister ook hierbij een keuze
heeft gemaakt. De financiën geven voor hem de doorslag. Als dat het
geval is, dan moeten ook de tweede en de derde behandeling niet worden
vergoed. Ik ben het daarmee niet eens. Wij hebben gesproken met mensen
die er verstand van hebben. Zij hebben gezegd dat de uitslag van het
onderzoek er wel eens toe kan leiden dat wordt bespaard door de
uitkomsten van het onderzoek zelf. Het is dan ook onverstandig om die
niet af te wachten. De minister zegt dat hij misschien met voorstellen
had moeten komen. Ik heb echter van de mensen uit het veld begrepen dat
zij een aantal keren hebben geprobeerd om met het ministerie in contact
te komen om daarover te praten. Dat is absoluut niet gelukt. Het gaat
om een bedrag van 5900 euro; het is niet slechts 2500 euro, maar er komt
nog meer bij. Ik vind dan ook dat het van goed bestuur getuigt als wij
eerst de uitkomsten van het onderzoek afwachten. Die laten niet lang
meer op zich wachten. Ze zouden best eens kunnen meevallen. De
minister zou ze in ieder geval moeten bekijken.
Minister Hoogervorst: Misschien wil de heer Nawijn met de informatie die
hem is verstrekt een alternatief voorstel doen. Ik vind het jammer dat
de informatie niet in eerste termijn aan mij is medegedeeld.
De heer Nawijn (LPF): Vier Kamerleden hebben gesproken met de hoogleraar
en Freya. Zij hebben een aantal keer geprobeerd om hierover in contact
te komen en als dat was gelukt was die hele maatregel niet nodig
geweest. Dat is jammer, want op die manier kun je veel ellende
voorkomen.
Minister Hoogervorst: Dit is mij niet bekend.
Mevrouw Tonkens (GroenLinks): De minister zegt dat uitstel van
zwangerschap de eigen verantwoordelijkheid is. Dat lijkt mij een raar
gebruik van de woorden "eigen verantwoordelijkheid" en als ik zo vrij
mag zijn, zeg ik dat dit typerend is voor zijn miskenning van de
maatschappelijke factoren die daarbij een rol spelen. De minister weet
ook dat het uitstellen van de zwangerschap te maken heeft met de
moeilijkheden die vrouwen ondervinden om arbeid en zorg te combineren.
Dat is geen eigen verantwoordelijkheid, maar dat is in zeer hoge mate
een maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheid. Als de minister
dat beter regelt of tegen minister De Geus zegt dat hij dat beter moet
regelen, dan neemt dat uitstel af. Waarom doet de minister dat niet?
Minister Hoogervorst: Ik wil mij er absoluut niet mee bemoeien op welke
leeftijd vrouwen uit het arbeidsproces willen gaan om kinderen te
krijgen of kinderen krijgen en in het arbeidsproces blijven. In
Nederland ligt de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen voor het eerst
zwanger zijn, zeer hoog. Ik geloof dat die leeftijd de hoogste is van
de wereld. Daar is een risico aan verbonden. Hoewel dat op veel
gevallen niet van toepassing zal zijn, zit daar ook een element van
eigen verantwoordelijkheid in. Ik geloof niet dat het per se een gevolg
is van regeringsbeleid dat de Nederlandse vrouw gemiddeld heel laat voor
het eerst zwanger is.
Mevrouw Tonkens (GroenLinks): Ik begrijp niet hoe u dat kunt ontkennen,
want het is duidelijk dat Nederland een van de meest achterlijke landen
is met betrekking tot het combineren van arbeid en zorg en dat dit een
belangrijke oorzaak is van het uitstellen van de eerste zwangerschap.
Dat is een algemeen bekend sociologisch feit. Hoe kunt u dat niet weten
of ontkennen?
Minister Hoogervorst: Wij kunnen nu een hele discussie voeren over de
arbeidsparticipatie van de vrouw. Deze participatie heeft veel
culturele aspecten die weinig te maken hebben met regeringsbeleid. In
Duitsland en Frankrijk is de arbeidsparticipatie van vrouwen al decennia
heel hoog als gevolg van de Eerste Wereldoorlog, toen veel vrouwen zijn
gaan werken. Dat is daar altijd zo gebleven en dat hebben wij in
Nederland niet meegemaakt. Het lijkt mij niet erg vruchtbaar om die
discussie hier nu te voeren. Je kunt niet staande houden dat de late
leeftijd waarop een vrouw voor het eerst zwanger is, het gevolg is van
regeringsbeleid.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): De minister weet wellicht dat mijn
fractie ten principale naast hem staat in zijn stellingname over de
principiële vraag of in-vitrofertilisatie en andere
vruchtbaarheidstechnieken in het collectieve pakket moeten. Dat wil ik
hier gezegd hebben, omdat het ook voor mij geen gemakkelijk onderwerp
is. Ik sluit mij aan bij de vraag van mevrouw Smits over het lopende
onderzoek van ZON-MW naar de doelmatigheid van IVF en het terugplaatsen
van één bevruchte eicel. Het zou ook uit de optiek van de minister de
moeite waard zijn om de uitkomst van dat onderzoek af te wachten voordat
wij deze beslissing nemen. Geeft de minister een opening om de
maatregel enigszins uit te stellen om dat onderzoek van ZON-MW af te
wachten? Wij kunnen daarop in tweede termijn terugkomen.
Minister Hoogervorst: Ik moet hierover mijn ambtenaren consulteren, want
ik weet hier te weinig van.
De heer Buijs (CDA): Mijn vraag sluit hier een beetje bij aan. De
minister heeft er bij de psychotherapie blijk van gegeven dat hij ook
wil luisteren naar datgene wat de beroepsgroep zegt. Wij hebben een
uitvoerige brief van professor Braat van de Katholieke universiteit van
Nijmegen. Deze heeft berekend dat de nieuwe methode waarbij maar één
embryo per keer wordt teruggeplaatst, meer besparingen oplevert dan de
maatregel van de minister. Door invoering van deze nieuwe methode zou
de minister zijn bezuiniging binnenhalen, zodat hij geen problemen
krijgt met zijn begroting. Is de minister bereid om op zeer korte
termijn met deze hoogleraar of met hoogleraren te overleggen of er op
een andere wijze invulling van deze taakstelling mogelijk is?
Minister Hoogervorst: Ik moet hier echt in tweede termijn op terugkomen.
De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Kant een vraag wil stellen, maar zij
heeft op dit onderdeel al twee keer geïnterrumpeerd. De minister
vervolgt zijn betoog.
gebruik wanneer onderzoek tot slechts het vrouwengezondheids forum moet beperken...
List Requests to vrouwengezondheid-request@obgyn.net
Last Updated Mon Nov 2 05:45:29 2009